Praktijkexamen CBR

     

Praktijk-examen CBR in Amsterdam
De rijschool verzorgd de aanvraag van het praktijk-examen bij het CBR.
In overleg met je instructeur/trice of medewerker van de rijschool kun jezelf je ideale tijdstip van afrijden bepalen. Het voordeel hiervan is dat het rijles programma en de examendatum goed op elkaar kunnen worden afgestemd. Bovendien weet je als leerling ruim van tevoren wanneer je praktijk-examen moet doen. Er kan rekening worden gehouden met de dagen waarop je geen rijexamen kunt doen, bijvoorbeeld door schoolexamens of vakantie.

Aanvragen via de rijschool: wat heb je nodig voor een praktijk-examen aanvraag bij het CBR Amsterdam?
.Geldig legitimatie bewijs
.Examengeld €245,00
.Geldig theoriecertificaat

Meenemen naar het praktijk-examen:
. Een geldig theoriecertificaat
. Een wettelijk toegestaan, geldig legitimatiebewijs
. Bevestiging reservering(combiformulier)krijg je van de rijschool.
. Zelfreflectieformulier

(Als je een t.t.t hebt gedaan,het adviesformulier dat je hebt gekregen na de tussentijdse toets ,dit is vooral belangrijk als je vrijstelling hebt gekregen voor het onderdeel bijzondere verrichtingen)

Voorbereiden op het praktijk-examen:
Vraag je instructeur/trice om mee te rijden en bij het eindgesprek aanwezig te zijn. Veel leerlingen zakken op het onderdeel "kijken". Let daar extra goed op en bespreek dit vooraf met je instructeur tijdens de rijles. Kijken is een belangrijk onderdeel van de rijles.
Neem de theorie nogeens door, tenslotte was het theorie examen alweer een tijdje geleden. Het kan ook geen kwaad om een theorie examen te oefenen.

Gang van zaken:
Het praktijk-examen bij het CBR Amsterdam voor de personenauto duurt 55 minuten.
In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator van het CBR. Deze legt uit hoe het rijexamen verloopt. Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter. Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereidings- en controlehandelingen uit te voeren aan de rijexamenauto.

Dan begint de rit. De examinator van het CBR Amsterdam let onder andere op:
. Hoe goed je de auto beheerst
. Of je goed kijkt
. Rekening houden met andere verkeersdeelnemers
. In- en uitvoegen
. Gedrag op kruispunten
. Zelfstandig autorijden

Enkele bijzondere verrichtingen (dit wordt overgeslagen als je een vrijstelling hebt verdiend met een tussentijdse toets)
Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat je kunt.

Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld (anders zou het slagingspercentage veel lager zijn). Belangrijk is hoe je reageert op het overige verkeer en of je de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Als je tijdens de tussentijdse toets een vrijstelling hebt verdiend voor de bijzondere verrichtingen, dan wordt dit onderdeel overgeslagen.

Nog een praktische tip: natuurlijk ben je zenuwachtig tijdens het examen. De examinator van het CBR houdt daar rekening mee. Soms begint de examinator met de meerijdende rij-instructeur een ontspannen praatje over koetjes en kalfjes en opeens betrekt hij jou daarbij. Misschien ben je dan te nerveus om rustig mee te praten. Schaam je niet om gewoon te zeggen: "Ik heb niet meegeluisterd, want ik moest op het verkeer letten."

Geslaagd:
Als je geslaagd bent voor het praktijk examen dan krijg je: zie rijbewijs aanvragen.

Gezakt:
Ben je gezakt voor je rijexamen,dan licht de examinator toe welke onderdelen onvoldoende waren. Ook krijg je het uitslagformulier via de rijschool, zodat je de gegevens met je instructeur kunt bespreken voor de vervolglessen, die je moeten voorbereiden op het volgende praktijk examen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nieuw rijexamen vanaf 1 januari 2008 ingevoerd
Het vernieuwde praktijkexamen is op 1 januari 2008 ingevoerd en is bedoeld om het ongevallencijfer onder beginnende bestuurders omlaag te brengen. Nieuwe rijbewijsbezitters hebben een veel grotere kans op een ongeluk dan ervaren automobilisten. Het vernieuwde rijexamen is in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat door het CBR ontwikkeld om de verkeersveiligheid in het algemeen en veilig rijgedrag van beginnende bestuurders in het bijzonder te verbeteren. De afgelopen jaren zijn er al specifieke maatregelen genomen voor de beginnende bestuurder, zoals de invoering van een beginnersrijbewijs en strengere alcohollimieten. Vanaf 2010 wordt naar verwachting het begeleid rijden mogelijk.

Meer nadruk op zelfstandig rijden en gevaarherkenning
Sinds 2008 worden aspirant-automobilisten nadrukkelijker opgeleid en geëxamineerd in zelfstandig rijden, gevaarherkenning en milieubewust rijgedrag. Ook moeten aspirant rijbewijsbezitters meer nadenken over hun eigen verbeterpunten in het verkeer. Zo zijn ze zich meer bewust van de risico’s. Die elementen hebben geleid tot nieuwe examenonderdelen. Deze worden hieronder toegelicht. In deze opzet staat de eigen verantwoordelijkheid van de aankomende bestuurder centraal. Het vernieuwde examen is in nauwe samenwerking met onderzoekers, de rijschoolbranche en verkeersorganisaties tot stand gekomen. De kosten van het theorie- en praktijkexamen zijn niet gestegen.

Nieuw onderdeel: Zelfstandig route rijden
Een kandidaat rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd: per 1 maart 2009: naar een oriëntatiepunt rijden dat niet vooraf vastligt, maar dat de kandidaat wel kent, óf kan zien. meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht), gecombineerd met de blauwe ANWB-borden];met behulp van een navigatiesysteem.De examinator bepaalt op welke van de drie bovengenoemde manieren de kandidaat het ‘zelfstandig rijden’ moet uitvoeren. Als er geen navigatiesysteem in de lesauto aanwezig is, dan beperkt de keus zich tot de eerste twee varianten. Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich. Het gaat erom dat je veilig rijdt en verantwoorde keuzes maakt.

Per 1 maart 2009: variabele oriëntatiepunten
Een oriëntatiepunt staat niet vast. Het is een locatie die de kandidaat goed kent, zoals een school, een sportclub, of winkelcentrum. Als je onbekend bent in het examengebied, dan kan de examinator jou vragen om naar een goed zichtbaar punt in die plaats rijden, zoals een kerktoren of een flatgebouw. Het examen kan beginnen met het rijden naar een oriëntatiepunt, maar kan er ook mee worden afgesloten. Je krijgt dan de opdracht om vanaf een oriëntatiepunt terug naar de examenplaats te rijden.

Clusteropdracht
De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of je het begrepen hebt. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal drie en maximaal vijf opdrachten. Per 1 maart 2009 kan de clusteropdracht worden aangevuld met de opdracht om de blauwe ANWB-borden naar een bepaalde bestemming te volgen.

Navigatiesysteem
Het rijden met een navigatiesysteem wordt alleen gevraagd als bekend is dat de rijschool hierover beschikt. Gelukkig is dat steeds vaker het geval; rijden met navigatieapparatuur heeft tenslotte de toekomst. Het is wel zo veilig als je er dan al tijdens je rijlessen mee hebt leren ‘werken’.
Het rijden met een navigatiesysteem kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast. Het blijkt ook voor anderstalige kandidaten een oplossing te zijn, omdat navigatie meestal in verschillende talen is in te stellen.

Nieuw onderdeel: Bijzondere manoeuvres
Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de vroegere bijzondere verrichtingen. Het vernieuwde rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres: een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht. Tijdens het rijexamen zul je in de meeste gevallen twee bijzondere manoeuvres uitvoeren.

Omkeeropdracht
Bij de omkeeropdracht krijg je al rijdende te horen dat je de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. Jij kiest zelf waar en hoe je keert. Je kunt dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. Je moet hierbij laten zien dat je op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.

Parkeeropdracht
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijg je de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaal je zelf hoe je de parkeeropdracht uitvoert.

Stopopdracht
Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet je zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat je een juiste inschatting hebt van de lengte van de neus van de auto.
Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren. In één van de bijzondere manoeuvres moet in ieder geval een keer een stukje achteruit rijden voorkomen.
Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop je de opdracht uitvoert.

Nieuw onderdeel: Gevaarherkenning door situatiebevraging
Bij dit nieuwe onderdeel wordt je na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom jij dat op die manier hebt gedaan. Wat of hoe heb je de situatie opgelost en welke afwegingen heb je hierbij gemaakt? Er wordt altijd even gestopt bij dit onderdeel. Het bespreken van een verkeerssituatie heeft overigens helemaal niets te maken met het wel of niet goed uitvoeren van de verkeerstaak.

Nieuw onderdeel: Zelfreflectie
Vóór het examen vul je een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geef je aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met jou de antwoorden. Van belang hierbij is dat je een realistisch beeld hebt van jouw eigen capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie is bedoeld om het gedrag van aankomende rijbewijsbezitters op een positieve manier te beïnvloeden. Het is echter geen vaardigheid en wordt daarom niet in de beoordeling meegenomen.

Nieuw onderdeel: Milieubewust rijgedrag
Voor een beter milieu en voor jouw eigen portemonnee is het belangrijk dat je milieubewust auto rijdt, dus volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. Milieubewust rijgedrag wordt in het vernieuwde rijexamen als een afzonderlijk item beoordeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar het anticiperend rijgedrag, zoals het rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruikmaken van het rollend vermogen van de auto. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van het brandstofgebruik, het heeft ook een positieve invloed op veilig rijgedrag.
Aan dit onderwerp wordt ook in het vernieuwde theorie-examen extra aandacht besteed.
Wil je testen of je milieubewust rijdt? Doe dan de on line rijstijltest .

Nieuw element Zelfreflectie niet beoordeeld
Het is voor het eerst dat het praktijkexamen een element bevat dat niet meeweegt in de eindbeoordeling. Dat komt omdat het weliswaar voor de verkeersveiligheid en het bewustwordingsproces van de kandidaat een heel belangrijk element is, dat tegelijkertijd moeilijk objectief in een examen te meten is.

CBR 2011





















© Overtoom rijopleidingen Amsterdam


(C) 2011 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken